Pieter Maes | Het Rapid Intervention Team (RIT), waar begin je?

Het Rapid Intervention Team (RIT), waar begin je?

February 18, 2014  •  Leave a Comment

Hieronder een artikel dat in de laatste Brandweerman, februari 2014, is verschenen.

Een brandweerman van Leuven die zich een weg doorheen de kabelmodule zoekt.A firefighter working its way through a cable entanglement module.

“Vroeg in de ochtend op 1 januari 2014 rukt de brandweer van Highland Park uit voor een woningbrand.  Het huis is donker en gevuld met rook.  In de woning is er warmte voelbaar.  Twee brandweermannen raken gedesoriënteerd en vinden de weg naar buiten niet terug.  Ze doen een noodoproep over de radio en de overige brandweermannen starten een redding op.  Het verloren duo werd binnen enkele minuten gevonden en naar buiten geëscorteerd.”[1]

Op 1 mei 2007 wordt de brandweer uitgestuurd naar een woningbrand.  Er wordt een RIT (Rapid Intervention Team) aangeduid.  Na de interventie voert de bevelvoerder van het RIT een rapport in in het “National Firefighter Near-Miss Report Sytem”.[2]

“Nadat het RIT aankwam, installeerde het zich in de A/D-hoek van het gebouw.  We deden een 360° van de woning, zetten de ladders klaar, observeerden de toestand, telden het aantal werkende teams, lokaliseerden hen en stonden paraat.  Na ongeveer 20 minuten vielen de ploegen binnen voor een korte tijd zonder water en waren ze genoodzaakt om zich terug te trekken.  Nadat de watertoevoer was hersteld, vielen de teams voor de tweede keer  aan.  Tien minuten na het begin van de tweede aanval werden de omstandigheden slechter.  Na een kort overleg (minder dan 20 seconden) met de officieren werd er een evacuatiebevel gegeven en weerklonken de luchthoorns.  De teams moesten zich terug te trekken tijdens een flash over.  Toen bleek dat er 2 brandweermannen ontbraken, werd het RIT geactiveerd.  Het eerste RIT ging binnen op het gelijkvloers en vond na een korte zoekactie 1 ronddolende, verwarde brandweerman terug.  Hij werd begeleid naar de voordeur en overgeleverd aan de wachtende brandweermannen van het tweede RIT.  Het eerste RIT vorderde daarop naar de eerste verdieping en begaf zich naar de laatst bekende positie van de vermiste brandweerman.  De achtergelaten brandslang volgend, werden er geen andere brandweermannen meer gelokaliseerd.  De terugweg van het eerste RIT werd echter afgesneden door vlammen die langs het plafond uit een brandende kamer op het gelijkvloers kwamen en via de trappenhal omhoog schoten. 

De vlammen in de trappenhal werden aangevallen door een brandslang die bemand werd door het tweede RIT. Waardoor het eerste RIT de woning kon verlaten langs de voordeur. Daar werd vastgesteld dat alle brandweermannen present waren en zich buiten het gebouw bevonden.”

In Europa, en in België in het bijzonder, overwegen een aantal brandweerkorpsen en opleidingsinstituten de oprichting van een Rapid Intervention Team.  De opleidingsinstituten willen hiervoor de nodige opleidingen voorzien.  RIT heeft echter evenveel voor- als tegenstanders, elk met hun eigen, zinvolle argumenten.  Ten eerste moet RIT vanuit het correcte perspectief beschouwd worden, en ten tweede dient de training op de geëigende manier te gebeuren, vertrekkend vanuit een logisch leerproces, zowel voor de individuele brandweerman als voor een potentieel RIT-lid.

De idee en het concept van RIT, dat in de jaren 90 in de Verenigde Staten ontstond, is in de eerste plaats een persoonlijke verantwoordelijkheid van elke brandweerman.  Sinds RIT werd geïntroduceerd, daalde het aantal dodelijke arbeidsongevallen aanvankelijk amper.  In de laatste 36 jaren (1976-2012) kwamen er in de Verengide Staten nog steeds gemiddeld meer dan 100 brandweermannen per jaar om tijdens interventies. In de laatste tien jaren, van  2003 tot 2012, daalde het jaarlijks gemiddeld aantal dodelijke arbeidsongevallen stelselmatig. En het 10-jarige gemiddelde zakte naar 88.  Vooral de laatste jaren zakten de cijfers sterk.  De cijfers waren het laagst in 2010 (72 dodeljike ongevallen)[3], 2011 (81 dodelijke ongevallen)[4] en 2012 (64 dodelijke ongevallen)[5].  In 2013 was er echter terug een toename van het aantal dodelijke ongevallen tot boven de 100.  Laat ons hopen dat dit uitzonderlijk was en de dalende trend zich verder zet.  Er zijn verschillende hypothesen mogelijk over de dalende cijfers.  Aangezien RIT zijn opmars kende begin jaren 90 en de cijfers quasi onveranderd bleven tot 2009, kan men veronderstellen dat het oprichten en trainen van specifieke RIT teams in se niet heeft bijgedragen tot de veiligheid op interventie.  

Auto combustion after a RIT fireground survival training?Auto combustion after a RIT fireground survival training?A firefighter cooling down after an intense SCBA Fireground survival training. In de Verenigde Staten lag de focus op tactiek, tools en vaardigheden.  In Europa daarentegen, werd brandgedrag bestudeerd, onderzocht, en onderwezen aan brandweermannen.  De idee hierachter is dat men de vijand moet kennen en begrijpen om hem te kunnen verslaan.  Aan beide zijden van de Atlantisch Oceaan zat men conceptueel dus ook ‘aan de andere kant van de oceaan’, elk met een sterk geloof in het eigen  gedachtengoed.  Recent ontstond er echter een trend naar het overlappen en combineren van beide benaderingen tot ‘the best of both worlds’.  Ik ben ervan overtuigd dat deze brede aanpak de meest allesomvattende is, met goede leerkansen voor beide continenten.  

Amerikaanse brandweermannen zijn vaak beter getraind in het maken van ventilatie-openingen, het maken (forceren) van alternatieve in- en uitgangen, het hanteren van zware lagedrukslangen.   Wij (Europa) daarentegen, zijn meer ervaren in het lezen van rook, het begrijpen van brandfenomenen, het optimaliseren van koeltechnieken met water,…  Maar met de recente evoluties in de bouw (laag energie, passief-huizen,…) realiseren wij ons dat het soms nodig kan zijn om ventilatie-openingen te maken, alsook dat het soms toch de moeite kan zijn om die ‘zware’ lagedruk 45mm slang mee te nemen voor een betere bescherming.  Maar hoe hanteer je dat ding in godsnaam?  Wel, voor onze Amerikaanse collega’s is dat niet meer dan een gewoonte. Ze spelen met een LD45 en zijn zelfs heel handig met een LD70.  Met onze hogedrukslangen gaan ze eerder hun gazon water geven…

In het begin was een RIT enkel het Rapid Intervention Team dat standby moest staan. Een team klaar om te vertrekken, met een goede conditie en met speciale tools, om brandweermannen in moeilijkheden te gaan redden.  Na verloop van tijd werden het echter teams die mee instonden voor de continue veiligheid op de plaats van interventie.  Dus niet alleen reactief, maar ook preventief. Ze hielden zich bezig met vraagstukken als: Wat zijn de potentiële gevaren?  Wat zien we van buitenaf?  Kunnen we extra uitgangen creëren indien nodig? … 

Vanuit wetenschappelijke hoek werd vaak de kritiek gegeven dat men RIT niet mag nodig hebben. Men mag niet simpelweg in de problemen komen.  En, zo zegt men ook, RIT werkt toch niet.  Ik geloof echter dat dit niet helemaal waar is.  Er is een zekere ‘it depends’-factor mee gemoeid.  Brandgedrag is een wetenschap geworden. Dat blijkt uit al het onderzoek in Europa en de recente onderzoeken in de USA.  Maar in onze echte wereld, de interventies, is het geen exacte wetenschap meer. De omstandigheden zijn niet gestandaardiseerd  en het brandgedrag bijgevolg niet 100% voorspelbaar. Ondertussen lezen we vaak de belangrijke en uitgebreide rapporten over mislukte RIT interventies. Maar het probleem is dat er amper rapporten worden bijgehouden van succesvolle RIT interventies. En we gaan zeker geen verslagen bijhouden van incidenten (bijna accidenten) waar de kennis van een misschien eenvoudige vaardigheid, geleerd tijdens één van de RIT-modules, een brandweerman zijn leven heeft gered. Misschien is het wel een samengaan van RIT én de bewustere blik op de interventie die maken dat er de laatste jaren minder dodelijke ongevallen zijn. En dan niet noodzakelijk door spectaculaire reddingen, maar eerder door betere training, persoonlijke vaardigheden, meer voorbereiding en meer situationeel bewustzijn. En dit brengt ons bij de kern van een goede attitude omtrent RIT. Indien je overweegt om RIT opleidingen op te starten, dan moet je beseffen dat je moet starten met elke brandweerman individueel op te leiden. Het is de verantwoordelijkheid van de instructeur(s) om er voor te zorgen dat iedere brandweerman zodanig goed opgeleid is dat hij of zij kan instaan voor zijn persoonlijke veiligheid.

Er zijn 7 klassieke RIT-modules : Twee brandweermannen die een hoge passage samen overwinnen.The high passage module.

·       Fireground survival en air management.

·       Reddingstechnieken

·       Creëren van alternatieve toegangswegen / vluchtwegen.

·       Gebruik van thermische camera

·       SAR in in grote volumes

·       Zelfredding en ontsnappen

·       RIT bevelvoering

 

De meeste van deze onderwerpen zijn niet zo gekend bij de Europese brandweerkorpsen. En als je ze gaat presenteren in het kader van een RIT-opleiding kan je wel eens op enige weerstand botsen. Maar beeld je eens in dat elke module als een op zich staande opleiding werd aangeboden. Een opleiding waardoor je een betere brandweerman kan worden. Wie zou er dan nog weerstand bieden? Niemand denk ik. En dat brengt ons bij de volgende vraag: “Waar begin ik?” Dit is een cruciale vraag. Elke opleiding, elke training, heeft een startpunt en vanaf daar ga je systematisch opbouwen. Eerst leren stappen alvorens je leert lopen. Respecteer je dit niet dan is de kans groot dat je lelijk tegen de grond gaat. Want zoals we allemaal beseffen, wat we ook doen, we kunnen maar beter zorgen dat we er kampioen in zijn.  Zodat je op solide vaardigheden kunt terugvallen de dag dat het eens moeilijker wordt en voor echt is…

De basis van een goed RIT-beleid begin bij dag één van de opleiding tot brandweerman. Iedere brandweerman, aan beide zijden van de oceaan, zou brandgedrag grondig moeten kennen en begrijpen. Een brandweerman moet zijn vijand kunnen inschatten: wat gebeurd er nu en wat kan ik verwachten dat er straks zal gebeuren? En daarbij moet hij weten hoe hij het gevecht zal kunnen winnen en welke wapens er nodig zijn. En hij moet vaardig zijn in het gebruiken van de blusmiddelen (lage druk, hoge druk,…) zodat hij de nodige maatregelen kan treffen om de situatie te beveiligen. En mocht de situatie zodanig zijn dat je niet kan winnen, dan moet je weten waar je je verdedigingslijn gaat opbouwen en hoe. Alleen al hier moeten kennis en vaardigheden rimpelloos samengaan. We willen dat brandweermannen kunnen nadenken over wat er in hun omgeving gebeurd en wat ze moeten doen om veilig te blijven. Maar, om dit te doen moet je die vaardigheden geautomatiseerd hebben. Het is niet slim te moeten nadenken over de positie van je bluslans wanneer je beslist dat het tijd is om te beginnen gaskoelen. Je moet in staat zijn je lans zeer snel correct te regelen haast zonder nadenken. Met andere woorden: het moet een reflex zijn. Wat eigenlijk wil zeggen dat de betrokken vaardigheid verplaatst moeten worden van je bewuste hersenen naar je onbewuste hersenen. Je moet het automatiseren. Er is maar één manier waarop je dit kan bereiken: oefenen, oefenen en oefenen. Kan je het je inbeelden dat je zou moeten beginnen nadenken over hoe je gaat stoppen voor die voetganger die net is beginnen oversteken? Nee! Onmiddellijk, met een reflex, trap je op de rem. En, als je er extra op geoefend hebt, zul je dat misschien kunnen combineren met een uitwijkend manoeuvre. Een brandweerman zou even geoefend moeten zijn in beschermende en levensreddende maatregelen als hij geoefend is in het rijden met zijn wagen. En dit gaat ook op voor de PBM’s en radio / communicatiemiddelen. Een brandweerman zou moet kunnen werken en leven in zijn volledige interventie uitrusting (inclusief perslucht) met het zelfde gemak als waarmee hij zijn wagen bestuurd. Nog eens, werken met de volledige interventie uitrusting (met perslucht), zou hem niet mogen hinderen. Hoe veel brandweerkorpsen trainen hun recruten tot op dit niveau? En hoeveel bereiken voor lanstechnieken het punt waarop deze reflexen worden? Het  is een grote uitdaging voor iedere instructeur om deze opleidingen en oefeningen leuk, interessant en uitdagend te houden. Want laten we eerlijk zijn. Als we CFBT opleidingen geven, waar zien we dan vaak de meeste problemen mee in de containers? Juist, het hanteren van de lagedruklans. Als je ten oorlog trekt en dan ga je gewapend. Je wapen moet je kunnen afvuren, herladen, uit elkaar halen en terug in elkaar steken… met je ogen dicht. Als soldaten van een leger dat niet kunnen zullen ze waarschijnlijk zo nu en dan een veldslag verliezen.

Alle vaardigheden betreffende je adembescherming zouden opgeslagen moeten zitten in je onbewuste hersenen. Het moeten reflexen zijn. Zodat je in staat bent om reflexmatig te handelen indien er iets mis gaat met je adembescherming. Voor veel te veel brandweermannen is adembescherming nog steeds iets wat er weliswaar stoer uit ziet, maar hun vooral ook hindert. Het weegt veel, ademen gaat niet zo makkelijk, je zicht is beperkt, spreken gaat moeilijk en luisteren is zelfs nog erger… Met andere woorden, voor je het weet is het volledige bewuste deel van je hersenen bezig met het hanteren van de lans en geïrriteerd geraken omdat je adembescherming je hindert. Daarbij komt dan ook nog eens een stevige dosis adrenaline omdat het er naar uit ziet dat het ‘ne goeie’ gaat zijn.

Een brandweerman in ademnood die een puzzel aan het oplossen is Hoeveel capaciteit van je bewuste hersenen blijft er dan nog over voor het situationele bewustzijn? En net daarin willen we dat onze brandweermannen beter worden. We willen dat ze bewust kunnen observeren wat er gebeurd en dit aftoetsen met wat ze aangeleerd krijgen uit de wetenschappelijk hoek. En dit terwijl ze geautomatiseerde vaardigheden uitvoeren. Daarmee leggen we de lat hoog!

Maar zelfs met alle vaardigheden uit de wereld en alle kennis die we hebben over brandgedrag zal er zo nu en dan onverwachts een onvoorziene plotse ontwikkeling zijn. Het zou misplaatste onwetendheid zijn om zich niet te willen voorbereiden op de dag dat er een brandweerman in de problemen komt. En dat hoeft helemaal niet het gevolg te zijn van de spectaculaire snelle brandontwikkelingen zonder overlevingskans waar je gewoonweg niet in terecht mag komen. Indien deel één van je opleiding goed is verlopen, heb de kansen dat je brandweermannen in bijvoorbeeld een flash eindigen al zo klein mogelijk gemaakt. Maar het kan wel eens één van die incidenten zijn die het nooit tot in de statistieken heeft gemaakt. Een incident waar de implementatie van een RIT en / of RIT technieken en RIT procedures gewoonweg heel goed gewerkt hebben om die collega uit zijn benarde situatie te krijgen. Beeld je even een woningbrand in en een brandweerman zakt door de houten vloer. Hij komt in de kelder terecht. De trap is niet meer bruikbaar. De vuurhaard heeft via de trap zijn weg gevonden naar de traphal en heeft zich verplaatst naar het gelijkvloers. Ongelukkige genoeg heeft de collega bij het neerkomen op de keldervloer zijn been gebroken. Hoe ga je die collega te hulp schieten? De stukjes van de puzzel moeten hier echt op hun plek vallen. Door deze stukjes te benoemen kunnen we kijken hoe we een RIT-opleiding zouden kunnen opbouwen.

Eerst en vooral: een brandweerman die in de problemen komt moet in staat zijn kalm te blijven en een duidelijke verstaanbare mayday kunnen uitsturen naar zijn LVO. Dus is het eerste wat aan bod komt: fireground survival. In deze module komt de mayday procedure aan bod en hoe je jezelf moet positioneren om de kansen dat je gevonden wordt te maximaliseren. Ook in deze module zitten tips en tricks om jezelf te oriënteren en om informatie te verzamelen die je kan doorgeven aan het RIT zodat ze je zo snel mogelijk kunnen lokaliseren.

Ten tweede moet de brandweerman die een mayday heeft uitgestuurd zijn resterende tijd op perslucht maximaliseren. Hij moet zo kalm mogelijk blijven, zo comfortabel mogelijk en zo veilig mogelijk. Zodanig verbruik je zo weinig mogelijk lucht. Het enige wat een RIT nodig heeft nadat je een goede mayday hebt uitgestuurd is tijd om tot bij jou te geraken. En zowat de enige die voor extra tijd kan zorgen is de brandweerman die de mayday heeft uitgestuurd.

Fireground survival en air management heeft niets te zien met haastig je weg zoeken, energiek rondrennen,… Het heeft alles te maken met kalm en rustig je weg zoeken, zonder iets te forceren, doorheen benarde situaties terwijl je je adembescherming op hebt. Zoekende naar die mogelijke uitweg of beslissen om te blijven waar je bent en daar te wachten op de RIT. Het heeft alles te maken met die levensreddende oproep: een perfecte mayday. Het gaat over leren wat je kan en vooral wat je niet kan, zodat je kan terugvallen op die opgedane ervaringen als het zich ooit echt voordoet. Het is geweten dat je kalmte bewaren en tijdig een goede mayday uitsturen twee levensreddende factoren zijn voor brandweermannen in nood. Elke brandweerman zou deze training moeten volgen. En elke LVO zou getraint moeten zijn in het reageren op een mayday. Zo niet heeft het bestaan van een RIT geen zin. Met de vaardigheden uit de module fireground survival en air management gaan brandweermannen kunnen proberen te zorgen voor voldoende tijd zodat het RIT tot bij hun geraakt. En het eerst wat die (RIT) gaan meebrengen is een RIT-pack met een volle persluchtfles. Met andere woorden: een fles vol tijd.

De volgende vraag is hoe je je collega daar gaat weg krijgen. Er worden een aantal individuele zelfreddingstechnieken en reddingstechnieken aangeleerd in de eerste module. Maar om deze dan in team, gecoördineerd, te gaan uitvoeren is een ander paar mouwen. Tevens moet er iemand de RIT-pack meebrengen en moet de team leider geoefend zijn in het werken met de thermische camera. Deze gebruikt hij om zijn twee verkenners iets voorop te observeren en om te zoeken naar de collega. En last but not least, ze zullen mogelijks alternatieve ingangen of uitgangen moeten creëren.

Eens ze bij het slachtoffer geraakt zijn moeten ze terugvallen op een andere set geoefende vaardigheden:

·       het SO benaderen Into the tunnel.Into the tunnel.Firefighter gearing up his SCBA and concentrating to dive into the runner module. This is part of the RIT fireground survival training.

·       identificatie

·       ademlucht en indien mogelijk vitale functies checken

·       onmiddellijk perslucht aankoppelen indien nodig

·       beginnen met de voorbereiding van de evacuatie.

 

Het is zeer onwaarschijnlijk dat het eerste RIT ook het team gaat zijn dat het slachtoffer gaat evacueren. Eens een RIT geactiveerd wordt en aan een volledige SAR begint zal de LVO wellicht nog twee extra RIT’s nodig hebben. Het eerste team gaat beginnen met het zoeken naar het slachtoffer. Ondertussen moet er al een tweede RIT stand by zijn voor de andere brandweermannen die nog steeds bezig zijn met het blussen van de brand. Uit onderzoek utgevoerd in Phoenix en Seattle is geleerd dat er in het totaal 11 (Seattle) of 12 (Phoenix) RIT-leden zullen nodig zijn om één brandweerman te lokaliseren en te evacueren.

Wanneer het eerste RIT het slachtoffer gevonden heeft staat het tweede RIT al stand by. Dit tweede RIT zal vervolgens naar de gelokaliseerde brandweerman gaan en de evacuatie verder voorbereiden. Dit wil vooral zeggen zorgen dat een brandweerman in volledige uitrusting hanteerbaar / transporteerbaar wordt. De riemen van de adembescherming daarbij omvormen tot een harnas zijn hiervoor cruciaal. En indien nodig moeten ze ook beginnen met het forceren van de alternatieve uitgang.

Op dit moment komen er dus vier modules samen:

So at this point you have four modules coming together:

·       (1) fireground survival en air manangement

·       (2) alternatieve toegangswegen en vluchtwegen maken

·       (3) reddingstechnieken

·       (4) gebruik van thermische camera

Elke van deze modules op zich is een meerwaarde voor elke brandweerman. Elke brandweerman kan maar beter goed geoefend zijn in het gebruik van zijn adembescherming (1) als hij een brand gaat blussen. En het kan zeer handig zijn om snel toegang door een deur te forceren of door een alternatieve ingang te creëren (2). En de thermische camera’s zijn zich meer en meer aan het verspreiden in de brandweerkorpsen. Dus waarom zouden we niet zorgen dat we ook geoefend zijn in het gebruik ervan (4)? En elke reddingstechniek die je leert om een brandweerman te helpen zal je ook helpen om burgers te redden. Je kan deze vier modules eigenlijk zien als een vervolmaking van de basis brandweerman opleiding. En deze vaardigheden zouden regelmatig herhaalt moeten worden.

Een RIT alleen zou niet de reden mogen zijn om met deze opleidingen te beginnen, gewoon het feit dat je een betere brandweerman wil zijn is reden genoeg.

Maar we mogen ook niet vergeten dat we ons moeten afvragen welke plaats RIT in een goed Incident Command System (ICS) kan krijgen. En moet je dan eigenlijk nog wel spreken over RIT of zijn er andere vangnetten mogelijk? Want, zoals in het begin van het artikel geschreven, er zijn voor en tegenstanders. Daarom is er verder onderzoek en discussie nodig over dit onderwerp.



[1] Uit NBC5, Dallas Fort Worth, “Close call for Highland Park firefighters” door Greg Janda, 1 januari 2014.

[2] http://www.firefighternearmiss.com raport nummer: 07-0000890

[3] UIt NFPA, 2010 Firefighter Fatalities in the United States. Auteur(s): Rita Fahy, Paul LeBlanc, Joseph Molis, publicatie  1 juli, 2011

[4] Uit 2011 LODD stats (The Secret List), 3 januari, 2012 Hey (USA).

[5] Uit NFPA, Firefighter Fatalities in the United States, 2012. Auteur(s): Rita Fahy, Paul LeBlanc, Joseph Molis, publicatie 1 juli, 2013

Catching a breath.Catching a breath.Firefighter taking some air after an SCBA exercise during a RIT fireground survival training.

 


Comments

No comments posted.
Loading...

Archive
January February March April May June July August September October November December
January February March April May June July August September October November December
January February March April May June (1) July August September October November December
January February March April May June July August September October November December